De meest gestelde vragen van vandaag als het gaat om basis begrippen als ondernemer, of u een ZZP'er bent of een DGA (Directeur Grootaandeelhouder).

  • E
    en jaarrekening is een financieel verslag over een bepaalde periode. Meestal betreft het heel kalenderjaar van 1 januari t/m 31 december. Afhankelijk van het type bedrijf en de behoefte van de directie of de eigenaar bestaat de jaarrekening diverse onderdelen. De jaarrekening geeft een jaarlijks overzicht van de financiële situatie van een bedrijf. Het bestaat uit:

    • Balans
    • Resultaten rekening of Winst- en verliesrekening (W&S)
    • Toelichting (op beide)
    • kasstroomoverzicht
    • in bepaalde gevallen een accountantsverklaring

    De balans is een momentopname en geeft een overzicht van je activa (bezittingen) en je passiva (schulden). Meestal per 31 december. Hieruit kan je de financiële situatie van de onderneming op dat moment constateren.

    De winst- en verliesrekening is een verslag waaruit je het resultaat (opbrengsten min de kosten) kan opmaken over het boekjaar. De toelichting laat zien hoe posten (bedragen) op de balans zijn ontstaan en hoe het verloop is geweest over het jaar. Tevens worden de belangrijkste posten van de winst- en verliesrekening gespecificeerd. Alle posten worden vergeleken met het voorgaande jaar.

    De interne jaarrekening, ofwel bedrijfseconomische jaarrekening, is een jaarrekening ten behoeve van de leiding in een bedrijf. Deze verschilt per onderneming aangezien er geen wettelijke bepalingen op deze vorm rusten. Vaak is deze veel uitgebreider en gespecifieerder uitgesplitst naar product, productgroep, vestiging etc. Het eerste doel van de interne jaarrekening is dan ook informatieverschaffing ten behoeve van de financiële besturing.
  • A
    an het einde van het boekjaar zal een jaarrekening tot stand komen. We hebben een resultaat: het bedrijf heeft winst of verlies gemaakt. Het is vooral belangrijk om te kunnen begrijpen hoe een resultaten rekening tot is gekomen. Laat ons nog een beetje derder kijken en ons afvragen wat we met deze kennis kunnen doen?

    We hebben eerder al gezegd dat een jaarrekening uit drie onderdelen kan bestaan. Balans, W&S en Toelichting. Een belangrijk onderdeel van de jaarrekening is dus, naast de balans, de winst en verliesrekening. Het is bij uitstek het middel om je huidige jaar te vergelijken met voorgaande jaren, je begroting of met ondernemingen in jouw branche. De posten in je winst- en verliesrekening helpen je ook bij het beantwoorden van vragen zoals: wat is het verloop van mijn brutomarge en hoe is mijn uitgaven patroon.

    Je resultaat, dus je winst of verlies, wordt berekend door van je opbrengsten (zoals je omzet) je kosten af te trekken. Je resultaat zegt dus niets over wat je dat jaar daadwerkelijk aan geld hebt ontvangen en uitgegeven. Er is namelijk een verschil tussen je opbrengsten en ontvangsten en tussen je kosten en uitgaven.

    Niet al je opbrengsten leiden tot ontvangsten en niet al je ontvangsten leiden tot opbrengsten. Denk hierbij aan het factureren van je omzet. Op het moment dat je de factuur opmaakt komt dit in de boeken als een opbrengst maar pas op het moment dat deze door je debiteur wordt betaalt, is dit een ontvangst op je bankrekening. Daarnaast leiden niet alle kosten tot uitgaven (denk aan afschrijvingen afschrijvingen ) en niet al je uitgaven tot kosten (denk aan investeringen of aflossingen). De verandering van je banksaldo (ook wel kasstromen genoemd) in een jaar is dus niet gelijk aan het resultaat van je winst- en verliesrekening in dat jaar.

  • D
    e bank kijkt uiteraard naar je resultaat maar is veel meer geïnteresseerd in het verloop van je banksaldo over een bepaalde periode, ook wel je kasstroom genoemd. De bank wil dus vooral weten waaraan je je geld hebt uitgegeven en hoe het geld binnenkomt. De bank zal zich afvragen of je wel voldoende geld beschikbaar hebt om je rente en aflossing te kunnen (blijven) betalen. Het kan dus verstandig zijn om in je jaarrekening een kasstroomoverzicht op te nemen.

    De fiscus kijkt alleen naar het resultaat onderaan de streep. Zij wil weten hoeveel resultaat je hebt behaald en bepaalt op basis daarvan hoeveel belasting je moet betalen of terug kan krijgen. De fiscus is dus niet geïnteresseerd waaraan je je geld hebt uitgegeven of hoe het geld binnenkomt maar of je opbrengsten en kosten wel juist en volledig zijn verantwoord.

    Op het moment dat een andere ondernemer zaken met je gaat doen en dus geld van je tegoed heeft zal hij, net zoals de bank, kijken naar je resultaat. Hij wil weten hoe gezond je onderneming is en of er genoeg geld wordt verdiend zodat je zijn rekeningen kan blijven betalen.

  • W
    at zijn voorzieningen die in een jaarrekening worden opgenomen en wat voor een invloed hebben deze op het totale plaatje? Een voorziening is een soort 'financiële buffer' voor gebeurtenissen of te wel 'posten' waarvan men bij voorbaat al weet dat deze gaan komen, maar niet precies wanneer en hoeveel het gaat kosten.

    De voorziening worden gebouwd op basis van een inschatting van het tijdstip en van de te verwachten kosten. Hierbij kan je denken aan een pensioenverplichting, of een voorziening voor groot onderhoud aan een pand. Het is dus een deel van je eigen vermogen met een bestemming die al voorzienbaar is.

    De bank zal, in geval van financieringen, bekijken of het gevormde potje toereikend is voor eventuele toekomstige gebeurtenissen. Kortom ben je niet te optimistisch of pessimistisch over wat je eventueel te wachten staat? Hierdoor kunnen de cijfers op je balans en je winst- en verliesrekening een onjuist beeld van je huidige en toekomstige situatie geven.

    Van de fiscus mag je rekening houden met het opnemen van een voorziening. Maar mag je alles voorzien van de fiscus? Nee. Uitsluitend voor dubieuze debiteuren , incourante voorraden, verwachte verliezen op onderhanden werk, garantieverplichtingen , groot onderhoud, pensioenen en reorganisatiekosten.

    Een andere ondernemer kan met een schuin oog kijken welke uitgaven jij in de toekomst denkt te maken. Dit kan het geval zijn bij een bedrijfsovername. Over het algemeen zullen andere ondernermers niet veel waarde hechten aan de door jou voorziene verplichtingen.

  • Z
    oals met “bijna” alles in ons land moet er over het resultaat dat een bedrijf heeft geboekt ook belasting worden betaald. Hoeveel én naatuurlijk of er belasting verschuldigd is, wordt berekend op basis van het resultaat en is afhankelijk van de ondernemingsvorm (eenmanszaak, VOF of BV) en of er ueberhaupt winst is geboekt.

    Het resultaat uit een onderneming valt voor een ondernemer van een eenmanszaak of een VOF (wat overblijft onder de streep) onder de heffing van de inkomstenbelasting (IB). Het resultaat uit de onderneming zal in sommige gevallen tegen een tarief oplopend (volg een van onze bloggen om achter te komen welke schalen er toegeapst kunnen worden) tot maximaal 52% belast worden.

    De Belastingdienst oftewel de fiscus stimuleert ondernemers met diverse regelingen zoals de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek (mits je jaarlijks meer dan 1.225 uur aan je onderneming besteedt) en de MKB-winstvrijstelling. Deze verschillende voordelen kunnen in mindering worden gebracht op het resultaat waardoor minder belasting betaalt hoeft te worden. Ook zijn er andere regelingen om de te betalen te reduceren. Zo hebben ondernemers recht op investeringsaftrek als er ruim € 2.000 is geinvesteerd in materiele vaste activa.

    Er dient wel rekening mee te houden dat de Belastingdienst er bij sommige kosten van uitgaat dat hieraan een privé karakter zit (denk aan kantinekosten, lunch & dinerkosten, relatiegeschenken of kantoor aan huis formule) waardoorde aangifte ongeveer een kwart van deze kosten kunnen bedragen bij het resultaat. Voor boetes geldt dat deze voor 100% bij het resultaat moeten worden opgeteld.
  • I
    n het Belastingplan 2015 is aangekondigd, dat de gebruikelijkloonregeling wordt aangepast. Deze regeling bepaalt op welk bedrag het loon van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) minimaal moet worden gesteld.

    Het begrip ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’ wordt ingevoerd. De regel dat het loon minimaal gesteld wordt op het hoogste loon van de overige medewerkers, wordt aangepast. Daarnaast wordt de doelmatigheidsmarge van 30% aangepast naar 25%. Voor 2015 geldt een overgangsregeling vanwege lopende afspraken tussen DGA’s en de Belastingdienst.

    Bent u directeur-grootaandeelhouder (DGA)? Dan moet uw loon worden getoetst aan het loon van de medewerker met de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van het huidige criterium ‘soortgelijke dienstbetrekking’. Dit laatste begrip leidt in de praktijk regelmatig tot discussie met de Belastingdienst, omdat de functie van DGA’s moeilijk te vergelijken is. Ook kan een soortgelijke dienstbetrekking ontbreken. Een meest vergelijkbare dienstbetrekking bestaat altijd.

    De huidige regeling kent een 30% doelmatigheidsmarge. Dit betekent, dat uw loon 30% lager mag zijn dan zakelijk gebruikelijk zou zijn in het economische verkeer. De doelmatigheidsmarge wordt verlaagd naar 25%. Het verschil tussen DGA’s en 'gewone' medewerkers wordt in dit kader verkleind.

    Bij de vaststelling van de hoogte van het gebruikelijk loon is nu ook het hoogste loon van uw 'gewone' medewerkers van belang. Ook wordt de groep medewerkers, waarvan u het loon in aanmerking moet nemen, uitgebreid. Bent u bijvoorbeeld partner (belastingadviseurs, accountants, medici, advocaten of architecten) binnen een samenwerkingsverband? Dan kan deze uitbreiding gevolgen hebben voor de hoogte van uw gebruikelijk loon.

    Als hoofdregel stelt u uw loon ten minste op het hoogste van de volgende bedragen:

    • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.
    • Het hoogste loon van de overige medewerkers.
    • € 44.000.

    Overgangsrecht loon DGA 2015

    Voor het jaar 2015 geldt een overgangsregeling. Uw loon wordt dan vastgesteld op 75/70e van het loon dat u in 2013 ontving als dit hoger was dan € 43.000. Deze regel geldt niet als het aannemelijk is, dat uw loon in 2015 op grond van de gebruikelijkloonregeling op een hoger of lager bedrag moet worden gesteld.

  • V
    oorraden zijn ingekochte goederen, waarvoor al uitgaven zijn gedaan, maar die nog niet als kostenpost worden opgenomen in de winst en verliesrekening. Dit gebeurt pas als de voorraad wordt verkocht of verbruikt in het productieproces. In de tussentijd wordt dit ‘geparkeerd‘ op de balans als voorraad. Denk aan een voorraad auto's bij een garage.

    Stel dat je goederen inkoopt en deze als kosten verantwoord op de winst- en verliesrekening maar niet bij je voorraad op de balans boekt, dan is je resultaat lager dan de werkelijkheid. Om een reëel beeld te krijgen van je resultaat zal je dus de nog niet verkochte goederen vanuit je winst- en verliesrekening naar de balans moeten boeken.

    Voorraden brengen risico's met zich mee. Door tegenvallende verkopen kan je met goederen blijven zitten die later onverkoopbaar blijken of tegen een te lage prijs verkocht moeten worden. Ook brengt het aanhouden van voorraden extra kosten met zich mee. Er zijn verschillende manieren om je voorraad te waarderen.

    De bank denkt in zekerheden en gaat ervan uit dat de voorraad tegen vervangingswaarde vervangingswaarde gewaardeerd wordt. Ook zal zij de voorraden vergelijken met jouw branche, nagaan of er rekening is gehouden met niet of moeilijk verkoopbare goederen en bekijken hoeveel maanden je vooruit kunt met de huidige voorraad zonder inkopen te hoeven doen.

    De fiscus gaat ervan uit dat de voorraad gewaardeerd wordt tegen de oorspronkelijke inkoopprijs. Als je kan aantonen dat de vervangingswaarde lager is dan mag je fiscaal hiertegen waarderen. De fiscus is echter scherp op een te lage waarde van je voorraden omdat dit leidt tot een lager resultaat en dus minder belastingafdracht.

    Als een andere ondernemer zaken met je wil doen kijkt hij naar je financiële positie. Je voorraden spelen daarin een belangrijke rol. Hij zal bekijken hoe je je voorraden hebt gewaardeerd en zich afvragen of deze waarde reëel is. Daarnaast zal hij nagaan in hoeverre je rekening hebt gehouden met een voorziening voor niet of moeilijk verkoopbare goederen.

  • E
    en BV oprichten is sinds kort niet meer zo moeilijk en omslagtig. Daarom kan idereen een BV oprichten die het wil. De vraag is of het zinvol is ja of nee. De redenen namelijk om een BV te beginnen kunnen / zijn heel erg verschillend. De aansprakelijkheidsbeperking is hierbij een factor: bij een eenmanszaak of een VOF is de ondermener privé aansprakelijk en bij een BV is de onderneming aansprakelijk. Bovendien is het zo dat een BV bij voldoende (bevredigende) resultaat, fiscale voordelen bieden. Maar ook een eenmanszaak of VOF heeft fiscale voordelen, zoals de ondernemersaftrek en de MKB winstvrijstelling. Zie de behandeling van de hierboven genoemde punten.

    Bij een winst vanaf € 160.000 is het (kan het zijn - wederom afhankelijk van diverse factoren zoals familie omstandigheden) zinvol om na te gaan of een BV interessant kan zijn. Hierbij dient de accountant / boekhouder voldoende antwoorden te geven of het zinvol is om een BV te worden.

    Voor de buitenwereld zoals de bank maakt het niet uit. Echter, de bank gaat nu een relatie aan met een BV (beperkte aansprakelijkheid) in plaats van met een privé ondernemer (hoofdelijke aansprakelijkheid). Hierdoor zal de bank bij het verstrekken van leningen en rekening-courant krediet, kritisch(er) kijken welke zekerheden de BV kan verstrekken. Vaak zal de bank een commitment van de ondernemer terug willen zien in de BV of in sommige gevallen een privé borgstelling eisen.

    Voor de Belastingdienst maakt het niet uit. De verschuldigde belasting moet ook hier worden betaald. Als ondernemer van een eenmanszaak of VOF geef je het resultaat aan in je aangifte inkomstenbelasting. Als ondernemer van een BV geef je het resultaat van de BV aan in de aangifte vennootschapsbelasting. Het salaris en dividend wat je als ondernemer uit de BV ontvangt geef je aan in je aangifte inkomstenbelasting.

    Andere ondernemers die zaken met de BV willen doen krijgen bij een omzetting in een BV, te maken met een andere contractpartner: niet meer met de ondernemer als privé maar met de BV. Contracten, overeenkomsten en aansprakelijkheden, als die er zijn garantieverplichtingen zullen moeten worden overgezet naar deze nieuwe onderneming. Dit kan een hoop rompslomp met zich meebrengen.
  • D
    eze regeling - hierna KOR genoemd - is een soort stimuleringsregeling in de omzetbelasting sfeer. Om kort te zijnn: is de afdracht omzetbelasting van het hele jaar lager dan € 1.845,-, dan krijgt u een korting van de Belastingdinest. Is het bedrag zelfs lager dan € 1.345,-, dan mag u het hele bedrag gewoon houden. Ligt het bedrag tussen deze twee grenzen dan neemt u het af te dragen bedrag minus de bovengrens en dat vermenigvuldigt u met 2,5. Dit is dan de korting.

    Te hoog?

    Een voorbeeld. Stel het af te dragen bedrag is € 1.600,-. De korting is dan € 1.845,- minus € 1.600,- x 2.5 is € 613,-. U moet dan af dragen € 1.600,- minus € 613,- is € 987,-.

    U zult waarschijnlijk denken dat € 600,- uw voordeel is. Eigenlijk laat u een kleine € 1.000,- liggen. Dat zit als volgt:

    Bij een afdracht van € 1.600,- met de ondergrens van € 1.345,- ontstaat er een verschil van € 255,-. Bij hoog btw is dit € 1.342,- exclusief btw. U hoeft er alleen maar voor te zorgen dat u voor dit bedrag minder factureert of meer inkoopt. U kunt bijvoorbeeld geplande investeringen nog dit jaar doen in plaats van volgend jaar. U kunt ook extra voorraad inkopen. En u mag ook een deel van uw leveringen of diensten pas in januari factureren. Hierdoor kunt u in ons voorbeeld zomaar even € 1.000,- verdienen!

    Te laag?

    Omgekeerd kan natuurlijk ook. Stel uw afdracht het hele jaar is € 800,-. In dit geval is het verschil met de ondergrens van € 1.345,- een bedrag van € 545,-. Dit bedrag mag u dus gewoon houden als u dit weet te bemachtigen. Bij hoog BTW tarief is dit gelijk aan € 2.868,- exclusief BTW. U kunt dan investeringen uit stellen, interen op uw voorraden of aan uw (beste) klanten vragen of u hen een voorschotfactuur mag sturen voor nog te leveren goederen of diensten. En u kunt hen natuurlijk een korting geven want u 'verdient' hier immers aan. Zeker als u ze deze pagina van onze site laat lezen hebben ze vast begrip voor uw verzoek. En dat is voor u beiden toch een win/win situatie.

  • D
    e zelfstandigenaftrek is een regeling - lees aftrekpost - voor ondernemers die aan het urencriterium voldoen. Kort gezegd: werkt u meer dan 1225 uur in een jaar voor uw onderneming dan komt u in aanmerking voor deze aftrek. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van de winst van uw onderneming.

    Op basis van het urencriterium het volgende:

    Alle uren tellen mee. Ook de indirecte niet productieve of facturabele uren. Zelfs als u 's avonds piekert over hoe die grote order er toch door moet of hoe u de financiering hiervan rond krijgt bent u in feite bezig met de strategie van uw onderneming en tellen deze uren mee. De fiscus stelt dan ook dat u deze uren aannemelijk moet maken. Bewijzen kan immers meestal niet.

    Het eerste jaar.

    Start u gedurende het jaar dan moet u om voor de zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen ook aan het harde criterium van 1225 uur voldoen. Als u dus in oktober van jaar x begint zult u dit nooit halen; u moet dan maar liefst 94 uur per week (1225 / 13 weken) in uw onderneming actief zijn. Zelfs voor echte workaholics is dit toch wel erg veel. Tip: bent u van plan om voor uzelf te beginnen, schrijft u zich dan zo vroeg mogelijk in het jaar in bij de Kamer van Koophandel zodat de startdatum vast ligt. U maakt dan veel meer kans om 1225 uur dat jaar aannemelijk te maken. Overigens tellen de uren in de voorbereidingsfase van de start ook als uren mee!!

    De praktijk.

    In de praktijk zal de fiscus er vooral op letten of u naast uw onderneming nog inkomsten heeft waarvoor u moet werken, zoals bijvoorbeeld een parttime baan. Eventueel in combinatie met de start van uw bedrijf gedurende het jaar kan dit voor de fiscus aanleiding zijn om uw aftrek niet zomaar toe te staan. In dat geval nodigt zij u uit om de uren in een overzicht aannemelijk te maken. U moet dan denken aan een overzicht (in Excel bijvoorbeeld) van dag, datum, activiteit, met wie/wat/waar, en hoe lang. De som van alle uren moet dan minimaal 1225 bedragen. Vergeet vooral niet de indirecte uren zoals marktonderzoek, strategie en eventueele (bij)studie. De hoogte van de aftrekpost is sedert 2012 niet meer afhankelijk van de winst en bedraagt een vast bedrag van Euro 7.280,-.

  • O
    ok heeft de Belastingdienst ons, de ondernemers, met deze stimuleringsmaatregelen makkelijker én financieel voordeliger gemaakt. Let wel op dat ZZP'ers onderons wel door de Belastingdienst moet worden gezien als echte ondernemers (WUR) en niet als resultaat genieters! Hierbij komt wederom het urencriterium van 1225 uur en het aannemelijk maken ervan om de hoek kijken.

    MKB vrijstelling

    Dit is een vrij recente regeling - lees aftrekpost - die vanaf 1 januari 2007 geldt voor ondernemers die winst uit onderneming genieten. De vrijstelling bedraagt 12% van de winst minus de ondernemersaftrekposten zoals de Zelfstandigenaftrek en de Startersaftrek. Er gelden voor deze regeling geen extra bepalingen, minima of maxima. Sinds 2010 is deze niet afhankelijk meer van het urencriterium zoals de Zelfstandigenaftrek wel is. Haal je dus het urencriterium niet dan kun je geen ZA en SA aftrekken maar wel de MKB vrijstelling toepassen.

    Startersaftrek

    De startersaftrek is een extra aftrekpost voor beginnende ondernemers. De eerste drie keer -jaar- dat de zelfstandigenaftrek mag worden toegepast mag ook de Startersaftrek worden toegepast. De hoogte van dit bedrag verschilt van jaar tot jaar maar is over 2012 ruim € 2.100,-.

    Verhoogde startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

    Start u vanuit een arbeidsongeschikheiduitkering dan heeft u recht op een verhoogde startersaftrek. Het eerste jaar van € 12.000,- het tweede jaar van € 8.000,- en het derde jaar van € 4.000,-.

    Samengevat zijn er dus drie regelingen voor ondernemers die winst uit onderneming genieten (geen BV dus!). Allereerst de Zelfstandigenaftrek vanaf 2012 een vast bedrag van € 7.280,- dan de Startersaftrek, een verhoging van de Zelfstandigenaftrek voor maximaal drie keer van ruim € 2.100,- en tenslotte de MKB vrijstelling, 12% van de winst minus de Zelfstandigen- en Startersaftrek.

  • D
    it is een aftrekpost voor ondernemers die investeren in hun onderneming. De aftrek bedraagt een percentage van de totale investeringen binnen een kalenderjaar. Alle hieronder genoemde bedragen zijn exclusief BTW. Tot een investeringsbedrag van € 55.000,- is dit 28%. Investeert u minder dan Euro 2.300,- dan is er geen aftrek mogelijkheid.

    Maar wat is een investering?

    Investeren is goederen of diensten aanschaffen ten behoeve van de onderneming die meer dan één jaar meegaan en meer hebben gekost dan € 450,- per stuk. Er mag geen sprake zijn van onderhoud. En vervoermiddelen alleen op grijs kenteken.

    Een voorbeeld: Schaft u een Laptop aan van stel € 850,- dan is dit een investering. Schaft u een printer aan van stel € 250,- is dit geen investering (< € 450,-). Maar schaft u ze beiden binnen enkele weken van elkaar aan dan kunt u deze combineren als laptop met toebehoren (printer, muis, USB stick.....!).

    Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het inrichten van een werkruimte. Gedurende een bepaalde periode (inrichtingsperiode) zijn alle afzonderlijke posten te combineren onder inrichting werkruimte (of kantoor of praktijk..). Is het totale bedrag dan meer dan € 450,- (en daar zorgt u natuurlijk wel voor), dan is dit een investering. En u zorgt er natuurlijk ook wel voor dat u boven die minimum grens van € 2.300,- komt want dat scheelt u 28% van € 2.300,- en dat is € 644,- extra aftrek bovenop de afschrijving.

    Bent u startende ondernemer?

    Dan mag u gedurende de eerste drie jaar willekeurige afschrijving toepassen. Dit betekent dat u gedurende de eerste drie jaar investeringen niet hoeft af te schrijven over (minimaal) vijf jaar maar dat u zelf mag bepalen hoe u afschrijft. In de praktijk betekent dat meestal dat u de hele investering direct in mindering brengt op het resultaat van uw onderneming in het jaar van aanschaf.

  • Voor bedrijven

    De S&O-afdrachtvermindering en de aftrek speur- en ontwikkelingswerk zijn fiscale stimuleringsregelingen. Vroeger was dit samen de WBSO (Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk). Hiermee kunt u een deel van de loonkosten voor technologisch speur- en ontwikkelingswerk vergoed krijgen. In de praktijk betekent dit dat u minder loonheffing afdraagt.

    Voor de ZZP

    Voor zelfstandigen bestaat de aftrek uit een vast bedrag, dat jaarlijks wordt vastgesteld. Als startende ondernemer krijgt u een extra tegemoetkoming voor speur- en ontwikkelingswerk. Een handleiding WBSO vindt u op de website van Agentschap NL. Daar vindt u ook welke werkzaamheden in aanmerking komen voor de S&O-afdrachtvermindering en de aftrek speur- en ontwikkelingswerk. Voor andere kosten voor speur- en ontwikkelingswerk dan loonkosten is er de RDA.

    Wanneer komt u in aanmerking?

    U houdt een administratie van het speur- en ontwikkelingswerk bij. Als zelfstandige besteedt u per kalenderjaar minimaal 500 uur aan S&O.

    Hoe kunt u aanvragen?

    Het aanvraagprogramma WBSO/RDA 2013 is beschikbaar. U kunt uw aanvraag indienen bij Agentschap NL. Voor S&O-inhoudingsplichtigen en zelfstandigen gelden verschillende aanvraagtermijnen. Voor meer informatie is het aan te raden om direct naar de site van Agentschap NL te gaan.

  • D
    e eenmanszaak is de meest voorkomende vorm van ondernemerschap. In de eenmanszaak onderneemt u alleen en voor eigen risico. U bent hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van uw onderneming. De schuldeisers kunnen dus beslag laten leggen op uw privébezittingen als u niet meer aan uw zakelijke verplichtingen kunt voldoen. Daarom adviseren wij niet al te grote schulden of financiële verplichtingen aan te gaan in deze ondernemingsvorm.

    Voordelen:

    • Goedkoopste ondernemersvorm
    • Geen notariële akte nodig (zoals bij een BV)
    • Eenvoudigere administratie t.o.v. andere vormen

    Nadelen:

    • Hoofdelijke aansprakelijkheid
    • Aanspraak op privébezit bij niet nakomen financiële verplichtingen
    • U staat er letterlijk alleen voor
  • VOF

    In principe lijkt dit op de eenmanszaak, alleen zijn het meerdere eenmanszaken bij elkaar. Het is een samenwerkingsverband met twee of meer firmanten (vennoten) die samen één bedrijf runnen. Er wordt één administratie gevoerd maar de privé opnamen, stortingen en het winstaandeel worden per vennoot bijgehouden. Daarnaast zijn alle vennoten elk afzonderlijk hoofdelijk aansprakelijk voor de alle schulden van de VOF. Dus als je schulden aangaat samen met je compagnon kun je voor de gehele schuld aansprakelijk gesteld worden. Ook je gehele privévermogen kan aangesproken worden als de VOF niet meer aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.

    Tip: stel een goede overeenkomst op waarin de onderlinge afspraken correct zijn weergegeven. Maak duidelijke afspraken over de verdeling van de winst en hoe om te gaan met privéopnamen en stortingen.

    CV

    De CV staat voor een Commanditaire Vennootschap. Dit houdt in dat er tenminste één vennoot is die niet actief deelneemt in de dagelijkse gang van zaken (de Commanditaire Vennoot). Vaak is dit alleen een geldschieter of iemand die licenties en dergelijke ingebracht heeft.

    Voordelen:

    • Goedkoopste ondernemersvorm in samenwerkingsverband
    • Geen startkapitaal nodig
    • Eenvoudige administratie
    • Je staat er niet alleen voor

    Nadelen:

    • Hoofdelijke aansprakelijkheid per vennoot voor gehele schuld
    • Bij onderlinge meningsverschillen is de VOF vaak snel ten einde
  • D
    e Besloten Vennootschap is een ondernemingsvorm waarbij de BV een zelfstandig rechtsorgaan is (ook wel zelfstandige entiteit genoemd). U bent als het ware in dienst van uw BV net zoals andere werknemers dat zijn. Als er geen andere personen in de BV zijn waaraan u verantwoording verschuldigd bent, dan is er geen sprake van een gezagsverhouding en valt u niet onder de werknemers-verzekeringen van het UWV.

    Met andere woorden: u bent niet verzekerd voor de WW, WIA enzovoorts. U hoeft over uw (DGA) loon dan ook geen premies hiervoor af te dragen. Wel moet u uzelf een gebruikelijk loon toekennen en hierover maandelijks loonheffing inhouden en afdragen aan de fiscus. Hoe hoog een gebruikelijk loon is hangt af van het aantal uren per week dat u voor de BV werkt. Uitgaande van een fulltime dienstverband is het gebruikelijk loon tenminste € 42.000,- per jaar (inclusief eventueel vakantiegeld). Dit bedrag is voor 2013 bijgesteld op € 43.000,-. Werkt u minder dan 40 uur per week of maakt uw BV niet zoveel winst dan mag u het loon naar rato verminderen om een verlies op grond van uw eigen verplicht loon in de BV te voorkomen. Meer in formatie hierover is te vinden op de site van de fiscus.

    Voordelen:

    • Geen hoofdelijke aansprakelijkheid
    • Als de winst groter is dan gebruikelijk loon geen hoger inkomen (vermijden 52% IB schaal)
    • Winst belast met 20% (tot € 200.000,-) daarna 25%

    Nadelen:

    • Notariële akte (voorloping, want notaris zal in de toekomst geen rol meer spelen bij de oprichting van een BV!!)
    • Complexere boekhouding vergeleken met eenmanszaak of VOF
  • D
    e Stichting lijkt op zich wel wat op de BV en dient ook bij notariële akte opgericht te worden. Maar er zijn ook verschillen. Zo bent u verplicht een bestuur te hebben met tenminste een voorzitter en een penningmeester. Dit moeten twee verschillende personen zijn. Verder moet u tenminste één keer per jaar vergaderen en de jaarrekening goed keuren met een vergaderverslag. Zo zijn er nog een paar kleine vereisten waaraan een Stichting moet voldoen.

    Als het doel van de Stichting het maken van winst is, dan wordt deze ondernemingsvorm door de fiscus als een BV gezien en moet u vennootschapsbelasting betalen over de winst.

    Als er geen winstoogmerk is (dus ook niet verkapt!) dan wordt uw stichting aangemerkt als een charitatieve instelling zonder winstbelasting. U dient uiteraard wel loonheffing in te houden op vergoedingen aan personeel en bestuur (tenzij het aanwijsbare kosten zijn zoals reiskosten). U mag wel reserveringen maken (geld oppotten) met als doel dit later aan uw stichtingsdoel uit te geven of als u in de toekomst grote kosten/uitgaven verwacht.

    Is er sprake van een charitatieve instelling (Stichting) dan kunt u in aanmerking komen voor de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling). U moet dan een verzoek hiertoe indienen bij de fiscus en aan de vereisten van een ANBI-stichting voldoen. Als u die status hebt, dan zijn giften voor de donateurs aftrekbaar als gift in hun aangifte voor de inkomsten belasting als deze giften een bepaalde drempel overstijgen.

    Voordelen:

    • Geen startkapitaal vereist
    • Geen winstbelasting als er geen winstoogmerk is
    • Geen hoofdelijke aansprakelijkheid (net zoals bij de BV)
    • Grote (fiscale) voordelen bij ANBI-status

    Nadelen:

    • Notariële akte verplicht
    • Veel verplichte vereisten zoals bestuur en vergadering
  • H
    et belangrijkste kenmerk van een vereniging is dat deze leden heeft. Dus personen moeten lid worden van de vereniging, al dan niet tegen betaling in de vorm van contributie.

    Daarnaast moet de vereniging een voorzitter, een penningmeester en een secretaris te hebben. Deze functies zijn verplicht. Verder moet de vereniging als zelfstandig rechtsorgaan opgericht worden via een notariële akte. Dit brengt uiteraard de nodige kosten met zich mee.

    De vereniging is een ideale ondernemingsvorm als je een groep wilt oprichten die iets wil doen met of voor deelnemers of leden. Denk aan de voetbalclub, de hondenvereniging enzovoorts.

    Samengevat:

    De vereniging is een organisatievorm die vaak gekozen wordt als je gezamenlijk een club wil oprichten met deelnemende leden om zo een bepaald doel te bereiken. Er zijn in het begin verplichtingen en eenmaal opgericht dient zij zichzelf in stand te houden.

  • D
    e zomer is nog ver weg, maar in deze periode denkt menig werknemer na over zijn/haar vakantieplannen. Maar hoe zit het ook alweer. Wij zetten de meest voorkomende vragen op een rij.

    Hoeveel vakantiedagen heeft een werknemer?

    Een werknemer heeft na een jaar werken recht op minimaal vier keer het aantal dagen dat hij of zij per week werkt. Vaak zijn dit vijf dagen, en in dat geval dus twintig vakantiedagen. Vaak is in de arbeidsovereenkomst of de cao een hoger aantal vakantiedagen afgesproken, de zogeheten bovenwettelijke dagen. Parttimers hebben recht op het aantal vakantiedagen volgens dezelfde rekensom. Bij werknemers die minder dan een jaar in dienst zijn, worden de vakantiedagen naar evenredigheid berekend.

    Hoe moet een werknemer vakantie aanvragen?

    Het aanvragen van vakantiedagen dient schriftelijk te gebeuren. In principe moet je als werkgever deze dagen aanhouden, maar het kan natuurlijk zijn dat een aantal werknemers tegelijk vakantiewillen. Doorgaans geldt dat goed overleg dan vaak het beste werkt. Ook is het handig als werknemers tijdig hun vakantiedagen doorgeven. Vaak is er in een (collectieve) arbeidsovereenkomst vastgelegd hoe dit in zijn werk gaat.

    Kan een werknemer vakantiedagen bewaren?

    Ja, een werknemer kan vakantiedagen meenemen naar een volgend kalenderjaar. Voor de wettelijke vakantiedagen geldt sinds 1 januari 2012 een houdbaarheid van zes maanden, voor de bovenwettelijke vakantiedagen is dat vijf jaar. Een uitzondering: als een werknemer buiten eigen schuld vrije dagen niet kan opnemen, bijvoorbeeld als het extreem druk is.

    Kunnen vakantiedagen uitbetaald worden?

    Alleen de vakantiedagen die je meer dan het wettelijk minimum hebt gekregen (de bovenwettelijke vakantiedagen) mogen worden uitbetaald. Dit geldt ook als je van baan verandert. Dus stel dat je personeel wettelijk recht heeft op twintig vakantiedagen en je ze er vijfentwintig geeft, mogen er maximaal 25 - 20 = 5 vakantiedagen worden uitbetaald als je werknemers daarvoor kiezen.

    Wat als een werknemer ziek wordt tijdens zijn vakantie?

    Als een werknemer tijdens vakantie ziek wordt, dan moeten deze betreffende vakantiedagen omgezet worden in ziektedagen. Die ziektedagen worden dan doorbetaald door de werkgever. Wel moet een werknemer zich officieelziek meldenen zich aan de controlevoorschriften houden.

    En mag een werknemer tijdens ziekte met vakantie gaan? Dat mag, maar alleen als een werknemer toestemming heeft van de werkgever en Arbodienst. De vakantie mag het herstel en/of reïntegratievan de werknemer niet in de weg staan. Een arbo-arts kan beoordelen of de reis en het verblijf niet schadelijk is voor de gezondheid van een werknemer. Ook is het verstandig om, indien de vakantie is goedgekeurd, duidelijk af te spreken wanneer een werknemer terug moet zijn. Wanneer een ziek personeelslid op vakantie gaat tijdens zijn herstelperiode mogen deze op het vakantiedagentegoed in mindering worden gebracht.

    Mag je als werkgever verplichte vrije dagen aanwijzen?

    Ja, als dit in de arbeidsovereenkomst staat. Een voorbeeld van een veelgebruikte verplichte vrije dag is de vrijdag na hemelvaart. In sommige branches, zoals in de bouw, bestaat een collectieve vakantieperiode: de bouwvak.